Wennen

Algemeen

Hoe de wenperiode verloopt, is afhankelijk van de leeftijd en het karakter van je kind. Een paar weken voor de plaatsingsdatum, als dit mogelijk is,  nemen we contact op om afspraken te maken. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je kind de eerste keer een halve dag komt of dat je zelf juist langer blijft. Als het past binnen de bezetting in de groep kunnen kinderen vóór de plaatsingsdatum zonder extra kosten maximaal twee keer komen wennen. Als een kind niet kan wennen op de dagen dat het naar de opvang komt, kijken we naar andere mogelijkheden.

Tijdens het welkomstgesprek vraagt de mentor van het kind de ouders om informatie die nodig is om het kind goed te begeleiden. Bijvoorbeeld wat het kind leuk vindt om te doen, hoe we bij verdriet kunnen troosten, welk slaapritueel vertrouwen geeft. Bij veranderingen in de groep, zoals bijvoorbeeld een nieuwe pedagogisch medewerker of andere mentor, kijken we wat kinderen nodig hebben om aan deze verandering te wennen. Voor kinderen die extra dagdelen komen of een dag ruilen is de groepssamenstelling vaak anders. Deze kinderen geven we zo nodig extra aandacht, spelen we een spelletje mee of wijzen een ‘maatje’ toe, waar ze die dag op kunnen terugvallen.

Wennen bij het kinderdagverblijf

We stemmen regelmatig met de ouders af hoe het gaat. Wanneer nodig stellen we de afspraken bij. In de wenperiode houden we goed in de gaten hoe je kind zich voelt en wanneer nodig is er extra steun of troost. Er is veel aandacht voor de kennismaking met de andere kinderen en het leren kennen van het dagritme en rituelen in de groep. Bij baby’s sluiten we zoveel mogelijk aan bij het dagritme dat het thuis gewend is.

In overleg met ouders bespreken we in een evaluatiegesprek na drie maanden hoe het met hun kind gaat. Bij doorstroming naar een andere groep, hebben we aandacht voor een soepele overgang en kijken we wat een kind daarvoor nodig heeft. Tegelijk met een ander kind uit de groep doorstromen, kan bijvoorbeeld prettig zijn. Het is bijvoorbeeld ook mogelijk dat het kind samen met de vertrouwde pedagogisch medewerker een paar keer in de nieuwe groep gaat kijken of dat de nieuwe pedagogisch medewerker op de vertrouwde groep van het kind komt.

Wennen bij de buitenschoolse opvang

Voor het wennen bij de buitenschoolse opvang zijn meestal een of twee wenmomenten voldoende. Hoe het wennen precies gaat, is bijvoorbeeld afhankelijk van of er al een broer of zus bij de bso zit. De eerste keer kun je samen met je kind van school naar de bso komen. Vaak koppelen we een maatje aan een nieuw kind. Dit maatje helpt het nieuwe kind met het wegwijs worden in de nieuwe groep.

Aan de overgang naar een volgende groep besteden we extra aandacht. Wanneer het kan, laten we kinderen tegelijk naar een nieuwe groep gaan, dan is er meteen al een vriendje of vriendinnetje. Een nieuwe groep betekent vaak ook een nieuwe mentor. We zorgen ervoor dat kinderen voor die tijd weten wie de eventuele nieuwe mentor wordt en laten kinderen vast kennis maken.

Share This